SV Kadoelen | Vikingpad 44 | 1034VG Amsterdam | tel.nr. 020 - 631 6673 / 020 - 631 7121

De geschiedenis van KMVZ: KMVZ en KMVZ – de jaren ’30

We schrijven 1929 – Tijdens een bijeenkomst in een van de lokaliteiten van de ‘Maatschappij voor Zwavelzuurbereiding’ werd duidelijk dat ook het kantoorpersoneel behoefte had aan sportbeoefening tijdens het weekeinde. Er moest dus met het reeds door de handarbeiders van hetzelfde bedrijf opgerichte M.V.Z. overleg gepleegd worden over het gebruik van het speelterrein dat met steun van de directie tussen het Ir. Vliegenbos en het fabrieksterrein aan het IJ was aangelegd. Door ‘eigen werk’ van de M.V.Z.’ers – de weekgelders wel te verstaan – was de accommodatie in gereedheid gebracht, zodat ook de K.M.V.Z.’ers – de kantoormensen wel te verstaan – er op hun vrije zaterdagmiddag gebruik van zouden kunnen maken.

Weekgelders en maandgelders

Waarom het tot de oprichting van twee nauw met het bedrijf samenhangende verenigingen moest komen wordt duidelijk als men bedenkt dat er eind jaren twintig een zekere afstand bestond tussen hoofd – en handarbeiders. Sterker nog: als ‘week-gelders’ die op zondag speelden bijvoorbeeld om godsdienstige reden wilden spelen met de ‘maand-gelders’ dan was daarvoor dispensatie van de Kantoorvoetbalbond vereist. Over M.V.Z. kunnen we niet veel berichten, maar het zou nog jarenlang in de 1 e klasse van de A.V.B. uitkomen tot het tijdens de Tweede Wereldoorlog werd opgeheven.

1929 – moeizame start

Het eerste en enige competitiepunt van de witte-boordevoetballers werd uitbundig gevierd, maar toen enkele spelers bedankten omdat zij het bedrijf verlieten of omdat de laag over het veld scherende dampen van de nabijgelegen zwavelzuurfabriek hun gestel hadden aangetast, zag het er somber uit. De Amsterdamsche Kantoorvoetbalbond (AKVB) adviseerde daarom een fusie met het eveneens noodlijdende Westertoren. Het advies werd, met behoud van naam, opgevolgd en toen enkele weekgelders de gelederen kwamen versterken, was er geen vuiltje meer aan de lucht . . .

De vooroorlogse jaren

Algemeen was men van oordeel dat de vorm wel zouden komen na het spelen van enkele wedstrijden. Men kreeg daarin wel gelijk, maar het eerste kampioenschap in 1932 was volgens veel tegenstanders in de eerste plaats te danken aan de barre omstandigheden die aan de rand van het fabrieksterrein heersten. Al spoedig was de benaming ‘Hel van Ketjen’ een regionaal begrip geworden, hoewel de successen die volgden mede te danken waren aan voetbalkwaliteiten. Reeds het derde jaar na oprichting werd het eerste kampioenschap behaald na een spannende strijd op een van de velden aan de Middenweg.

Na de overgangsklasse die toen tussen 2e en 1e klasse bestond, volgde spoedig promotie naar de 1e klasse van de AKVB, waarbij KMVZ gerenommeerde teams als Heiniken en Amstelbrouwerij glansrijk de baas bleef.

Glansrijk

Die prestatie krijgt nog meer betekenis als men bedenkt dat het aantal actieve voetballers gering was. Men ondervond natuurlijk ‘concurrentie’ van M.V.Z. en van ‘selectie’ was geen sprake omdat men maar over een elftal beschikte. Om elk risico te vermijden had men dus voor de beslissende wedstrijd de befaamde goalgetter Jan van Lohuizen uit Londen over laten vliegen. Hij arriveerde op juist tijd, deed wat er van elke midvoor verwacht wordt en vertrok weer op dezelfde snelle wijze.

Ambities

Het bestuur – daarin ongetwijfeld gesteund door de bedrijfsleiding – besloot de doodse clubkleuren door vrolijke te vervangen: groene broek, wit shirt met op de borst het prachtig geborduurde bedrijfsembleem kroontje, want het bedrijf had intussen het predikaat ‘koninklijke’ verkregen. Wat het tenue betreft: het mes sneed aan twee kanten want dezelfde kleuren en embleem werden gevoerd op de pijpen van de schepen die het bedrijf rijk was. Het baarde veel opzien en versterkte, niet geheel terecht, dat KMVZ ook landelijk gezien mocht worden. Maar na enkele ontnuchterende ervaringen stond men weer met beide benen op de grond.

Ontnuchterende ervaringen

Vriendschappelijke wedstrijden tegen chemische, koek- en andere bedrijfselftallen werden doorgaans met succes bekroond, maar toen men een uitnodiging van tweedeklasser Bloemendaal aannam, greep men duidelijk te hoog. Men bedenke dat clubs als Ajax en Blauw Wit maar een klasse hoger speelden. Natuurlijk werd KMVZ met dubbele cijfers afgestraft. In het vervolg stelde men zich dus weer bescheiden op, maar op de Veluwe was het nieuws dat achter het professionele tenue maar een gewoon kluppie schuil ging nog niet doorgedrongen. In Epe wist men niet beter dan dat het Amsterdamse Zaterdagelftal naar het terrein van de Eper Boys (4e klasse, zondag) kwam, zodat men de meest talentvolle spelers uit de regio als gastspeler had uitgenodigd om de Amsterdammers enigszins partij te kunnen geven. Nou, dat lukte toen wel. Maar, twee maanden later, toen men wat minder hoog van de toren blies, wist KMVZ toch nog het volledige 1e elftal van tweedeklasser KNVB Allen Weerbaar uit Bussum te verslaan.

In de 1e klasse van de AKVB kon KMVZ zich niet handhaven ondanks het inlassen van trainingsavonden. Het belandde zelfs in de laagste klasse, maar wist kort voor de oorlog de uitgangspositie van 1929 weer te veroveren.

De oorlogsjaren

Omdat voetbal de populairste vrijetijdsbesteding was, onderwierpen de bezetters ook het voetbal aan een grondige reorganisatie. Zij gingen er van uit dat een grote organisatie beter gecontroleerd kon worden dan vele kleintjes. De KNVB, de Rooms-katholieke Voetbalfederatie, de Christelijke Nederlandse Voetbalbond en de Nederlandse Arbeiders Sportbond werden verenigd in een grote Bond die de naam Nederlandse Voetbal Bond (NVB) zou dragen. Zo hebben we de eenwording van de voetbalsport in Nederland in feite aan Hitler en de zijnen te danken.

De bezetters

Maart 1941 werd de censuur op verenigingsbladen en andere sportpublicaties ingevoerd en in augustus nam de NVB het besluit geen joodse scheidsrechters en grensrechters meer aan te stellen bij wedstrijden. Er vonden razzia’s plaats onder het publiek en sommige namen van clubs moesten veranderd worden. Zo werd s.v. Juliana omgedoopt tot Spekholzerheide, wat sommige supporters er niet van weerhield in de onmiddellijke nabijheid van radioverslaggever Ad van Emmenes ‘Hup Juliana, vooruit Juliana !’ te roepen. Dat er verband zou kunnen bestaan tussen sport en politiek drong echter tot de meeste voetbalenthousiasten niet door. Wie de macht heeft, heeft de steun van de sportbestuurders: hoe die macht er gekomen is interesseert de doorsnee sportbestuurder niet. Zeker is dat in totalitair geregeerde staatssystemen het sportgebeuren voor propagandistische doeleinden wordt aangewend. Ook in het vaandel van het ‘nationaal-socialisme’ van de jaren ’40 stonden ‘eenheid en stoerheid’ geschreven, terwijl voor individualisme nauwelijks plaats was. In die dagen zorgde de voorzitter van de N.V.B., de legendarische Karel Lotsy, voor een goede verstandhouding met de Duitse overheid en stemde hij o.m. in met zgn. ‘oefenwedstrijden’ tussen Duitse militaire elftallen en NVB-elftallen, al werden ze zonder publieke gespeeld en bleven de volksliederen achterwege. Niettemin vielen hem na de oorlog tien onderscheidingen ten deel. De Duitsers kwam een en ander goed uit: veel jonge mannen werden door het voetbal rustig gehouden. Hoe moeilijk het naarmate de oorlog voortduurde voor veel mensen werd, hoeft hier geen betoog.

KMVZ tijdens de oorlogsjaren

Toen het totalitaire systeem van de Duitse bezetter ook in de sportwereld werd doorgevoerd kregen veel clubs het moeilijk. Tijdens de oorlogsjaren wist veel verenigingen het hoofd moeizaam boven water te houden. Mobilisatie en de gevolgen van de eerste oorlogsjaren hadden het spelersaantal sterk uitgedund, zodat het bestuur van KMVZ in 1941 voorstelde de vereniging op te heffen en het kassaldo aan een ‘liefdadig doel’ te schenken. De onsympathieke aard van dat doel en de veronderstelling dat er ooit een einde aan de oorlog zou komen, gaf zeven leden de moed om door te gaan. De kas van de ‘ Winterhulp’ werd dus niet gespekt wat er toe leidde, dat het voltallige bestuur – met uitzondering van de heer Ronner – aftrad en de vereniging verliet.

Winterhulp

Deze organisatie was in oktober ’40 opgericht naar het voorbeeld van het Winterhilfswerk des Deutsches Volkes dat met haar demonstratieve collectes geld inzamelde voor behoeftige landgenoten. De verstrekte steun werd uiteraard onthouden aan politieke tegenstanders. Alleen ‘foute’ (pro Duitse) instellingen verleenden steun aan deze organisatie, maar door de strenge winters werden veel mensen gedwongen gebruik te maken van de diensten. In ’42 ging de organisatie geheel over in handen van de NSB, de enige politieke groepering die nog toegestaan was tijdens de bezettingsjaren.

Van Amelrooy werd de nieuwe voorzitter, maar verruilde die functie voor het secretariaat met de Ronner. Hij zou dat beheren tot 1960, toen opnieuw een conflict het voortbestaan van KMVZ bedreigde. Onze zustervereniging werd zwaar getroffen: veel joodse werknemers voetbalden uiteraard op zondag. MVZ overleefde de oorlog niet, wat de groei van KMVZ na de oorlog bevorderde, mede doordat de maatschappelijke verschillen tussen hoofd – en handarbeiders waren vervlakt.

De jaren 1945 – 1960

Toen er weer gevoetbald kon worden zette het gelegenheidsbestuur een grote actie op touw. Werkplaatsen, laboratoria en andere bedrijfsafdelingen werden uitgekamd en binnen enkele weken steeg het ledental van zeven tot ruim boven de dertig. Voor het eerst in haar bestaan kon KMVZ dus met twee elftallen aan de naoorlogse kompetitie deelnemen. Inmiddels was aan de verdeeldheid een einde gekomen doordat de AKVB, de Christelijke verenigingen en de bedrijfselftallen bij de NVB, de latere KNVB, gevoegd werden. De scheiding tussen zondag – en zaterdagvoetbal bleef bestaan. In het bestuur van de NVB werden de clubs uit de Christelijke, resp. de levensbeschouwelijk neutrale hoek evenredig vertegenwoordigd. KMVZ hoorde bij laatstgenoemde groep.

De Personeelsvereniging

Bij de nieuwe start in de 2e klasse van de AVB werd het grootste probleem gevormd door een schrijnend tekort aan materiaal. Dat werd letterlijk en figuurlijk ‘passen en meten’.

Passen en meten

KMVZ dat voor de eerste keer met twee elftallen zou uitkomen, startte met het 1e in de 2e klasse van de AVB. Maar nu was er nog een elftal en sportuitrusting was niet of nauwelijks te verkrijgen, ook niet op de bon. Men zou wel gek zijn schoenenbonnen te offeren aan Koning Voetbal, niemand bezat zo kort na de oorlog behoorlijk schoeisel. Overal trachtte men oude, afgetrapte voetbalschoenen op te scharrelen, maar bij de aanvang van het eerste naoorlogse seizoen beschikte de club slechts over 12 paar oude trappers voor ruim dertig spelers. Het bestuur verzocht de NVB (later KNVB) derhalve om rantsoenering van . . . voetbal ! Eerste en tweede elftal zouden om de andere week hun wedstrijd spelen, terwijl de schoenen iedere zaterdag werden gebruikt. Daarbij bleek dat de gelukkige bezitters van een redelijk paar voetbalschoenen over een hartverwarmende gemeenschapszin beschikten. Een enkele maal moesten de elftallen op dezelfde dag spelen. Zo kwam het eens voor dat na een wedstrijd onze 2e elftalspelers, op weg van het veld naar de kleedkamer, de spelers van het 1e elftal op kousenvoeten tegenkwamen. De rest kan men raden. De overige attributen werden met moeite vergaard. De secretaris had voor contact met een leerbewerker gezorgd zodat er nog een aftands paar schoenen kon worden opgelapt, terwijl diens vrouw de voetbalbroekjes in de gewenste maten leverde en toen zijn zwager er in slaagde twintig paar voetbalschoenen uit Canada te importeren, waren de grootste problemen achter de rug.

Het dagelijks bestuur o.l.v. de heer J. Barendse, uiteraard functionaris bij ‘Ketjen’, belastte G.J. Stam met de vorming van een jeugdafdeling waar ook – bij wijze van uitzondering – de zgn. buitenleden deel van konden uit maken. Toen er op 20 oktober 1945 met instemming van de directie een personeelsvereniging werd opgericht, eveneens onder de naam KMVZ, met als voornaamste doel de gezelligheid en saamhorigheid binnen het bedrijf te versterken, zouden ook de vertegenwoordigers van niet-voetballende afdelingen over de belangen van de voetballers mogen meebeslissen. Na enkele jaren bleek die situatie onhoudbaar te zijn. De voetbalafdeling trad uit het overkoepelend orgaan, al dreigde daardoor de even bescheiden als onmisbare subsidie van het bedrijf verloren te gaan.

Gezelligheid

 

In ‘De WEKKER, maandblad voor de personeelsvereniging der Koninklijke Zwavelzuurfabrieken v/h Ketjen N.V. en aanverwante bedrijven’ verschenen allerlei rubrieken. We noemen o.a. ‘Schaak – en denksport’, ‘Flitsen uit eigen bedrijf’, ‘Op en rond de Nieuwendammerkade’, ‘Bridge’, ‘Tafeltennis’ en een ‘EHBO-rubriek’ die vragen behandelde als ‘Wat te doen als iemand kalium-permanganaat in z’n ogen krijgt ?’ Ook cabaret, toneel, jubilea en een KMVZ-orkest dat uit dertien leden bestond kwamen ter sprake. Voorts: reisverslagen, lezingen, filmavonden, excursies en . . . nog wat voetbalaangelegenheden. Men beoogde zo een band te scheppen tussen werk en ontspanning, maar als het er om ging te moeten kiezen tussen goed voetbal en gezelligheid, dan gaf het bestuur van de voetbalclub toch de voorkeur aan het eerste.

Groei van het Zaterdagvoetbal

Door de personeelsuitbreiding kort na de oorlog kwam ook Sinkeldam bij ‘Ketjen’, het tegenwoordige AKZO, in dienst en toen hij zich bereid verklaarde als trainer op te treden voerde deze oud-DWV-speler het moderne stopperspilsysteem in. In de volgende jaren stootte het 1e elftal door naar de 4e klasse van de KNVB en Sinkeldam had daar als trainer-speler een groot aandeel in. Intussen was de zaterdagafdeling zo gegroeid dat men besloot een landelijke competitie op te zetten. De Afdelingen (oa. de AVB) zagen de hoogst geplaatste teams naar de KNVB verdwijnen en waren aanvankelijk niet gelukkig met die situatie. De Afdeling Utrecht weigerde zelfs enkele jaren teams af te staan. Geleidelijk zou de zaterdag-liga uitgebouwd worden tot en met de hoofdklasse. KMVZ was er bij toen toen anno 1960 in ons District een 2e klasse KNVB werd gevormd. Het jaar daarvoor had KMVZ al met een kampioenschap in de hoogste afdeling bewezen tot een van de sterkste zaterdagelftallen van westelijk Nederland te behoren.

Jeugdvoetbal

 

In 1946 schreef KMVZ voor de eerste keer een jeugdelftal in. Pas vanaf de leeftijd van 12 jaar kon men zich laten inschrijven als as(d)pirant-lid van een voetbalclub en met de drie seniorenelftallen werd de accommodatie bij het Vliegenbos te klein. Daarom huurden we van CNF aan de oude Leeuwarderweg even voorbij het oude DWV-complex enkele velden en toen eerstgenoemde club ter ziele ging werden we voor de eerste keer onderhuurder van DWV. Met de komst van jeugdleden die niets met het bedrijf te maken hadden, nam het aantal ‘buitenleden’ toe met als risico dat de voordelige connectie met het bedrijf op den duur gevaar zou kunnen lopen. Voor het op sportieve prestaties gerichte deel van het bestuur bleek dit een goede beslissing te zijn. Ondanks de barre winter van ’46/’47 moeten de aspiranten toen al goed gedraaid hebben, want het jaar daarop veroverden ze de KNVB-beker. Veel van de aspiranten van het eerste uur maakten later furore in het hoofdelftal. In ’48 startte men ook met een juniorenafdeling (16 t/m 18 jaar) waardoor de leeftijdsverschillen ion de aspirantenafdeling werden vermeden. Later zou men gaan spreken van A – B en C- junioren waardoor het begrip ‘aspiranten’ uit de voetballerij verdween. Men bedenke wel dat er van pupillenvoetbal in de jaren veertig nog geen sprake was.

Wild voetbal – het eerste Bedrijventoernooi

Met de bevrijding had ook het zgn., ‘wilde voetbal’ zijn intrede gedaan. Er ging namelijk geen avond voorbij of er werd wel ergens een wedstrijd georganiseerd tussen enkele bedrijfselftallen. De KNVB verbood haar leden aan zulke wedstrijden deel te nemen en ook de clubbestuurders zagen niet graag dat hun leden daarbij blessures opliepen. Met grote voortvarendheid wist onze secretaris Van Amelrooy die tegengestelde krachten te verzoenen en zo werd het eerste naoorlogse Bedrijventoernooi op naam van KMVZ geschreven. De KNVB was zeer ingenomen met het resultaat , zodat toestemming voor volgende evenementen heel wat makkelijker werd verkregen.

Bedrijventoernooi

 

Het KNVB-bestuur was aanvankelijk weinig gelukkig met het door KMVZ ontplooide initiatief. Twee dagen bracht onze secretaris op het Bondsbureau door om het toernooi waar 15 bedrijven (!) aan deelnamen te organiseren. Ook bekende voetballers van Ajax en De Volewijckers trof men onder de deelnemers aan. De van tevoren in de Noord Amsterdammer aangekondigde wedstrijden werden vaak door praktisch het gehele bedrijf gevolgd, inclusief de directieleden. Het toeschouwersaantal schommelde tussen 500 en 1000 man. DRAKA ging uiteindelijk met de eer strijken en KMVZ werd tweede. Met een feestavond werd het geheel afgesloten.

Het sterk bezette ‘Zilveren Motortoernooi’ dat grote bekendheid verwierf en elk jaar voor de aanvang van de competitie gespeeld werd, was het directe vervolg op bovengenoemd initiatief. Het relatief zwakke geachte KMVZ, dat uitgenodigd was omdat het bij de organisatie behulpzaam was, miste ook nu weer op een haar na ‘de Zilveren Motor’ die tenslotte in 1963 definitief in handen kwam van CSCA, het tegenwoordige Amstelveen / Heemraadschap.

Een gouden en zilveren seizoen

Het seizoen 1947 / ’48 was een seizoen dat nooit meer geëvenaard werd, ook het jaar daarop niet. Alle elftallen, drie seniorenteams en één jeugdteam, behaalden een eerste prijs. Het was met recht ‘een gouden seizoen’.

Een gouden seizoen

Toen op 16 april 1948 het 3e van KMVZ kampioen werd, vormde dat al voldoende aanleiding om een feest te organiseren. De motivatie om feest te vieren was kort na de oorlog kennelijk groot genoeg om de grote zaal van Krasnapolsky af te huren, hoewel het aantal actieve leden van de club onder de honderd lag. Alleen 5 juni was nog vrij. De naam van het door de feestcommissie gekozen programma, ‘Rhapsodie der Zotheid’, getuigde in ieder geval van een zekere zelfkennis. De optimisten kregen echter gelijk: uitgerekend die 5e juni speelde het 2e en het 1e elftal een beslissingswedstrijd voor het kampioenschap. De bewuste dag verliep onder hoogspanning. Om kort te gaan: beide elftallen behaalden het kampioenschap en promoveerden. Om de maat helemaal vol te maken veroverden de A-aspiranten op dezelfde dag de KNVB-beker. Er moeten bij KMVZ mensen rondgelopen hebben die het betreurden dat er niet meer elftallen aan de kompetitie deelnamen. Een stroom van felicitaties kwam binnen, waaronder reacties van de grootste voetbalverenigingen van ons land en de KNVB verklaarde dat dergelijke successen ongekend waren in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal. Maar het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen: de door festiviteiten gehavende ploegen verloren nog menig wedstrijd tijdens de afronding van het seizoen. Alleen het 2e behaalde ook het algemeen kampioenschap van haar klasse door VVGA te verslaan.

Op het geweldige seizoen volgde een zekere terugslag, al bleven de resultaten ook deze keer niet uit. Zo behaalde het 1e en 2e elftal onder leiding van trainer-speler J.H. Sinkeldam opnieuw het kampioenschap en kon AVB-bestuurder Devers er zijn spijt over uitspreken dat KMVZ de Afdeling Amsterdam moest verlaten. Promotie naar de KNVB bracht de nodige wijzigingen met zich mee. Ook met de jeugd ging het goed. Het aspirantenteam werd kampioen en twee spelers aangevuld met aspiranten van 15 jaar vormden het eerste juniorenteam, dat een jaar later ongeslagen kampioen werd met de doelcijfers 97 voor en 4 tegen. Dat elftal blaakte van talent, won de AVB-beker en versloeg alles en iedereen, inclusief gerenommeerde zondagsteams als de Spartaan, SDW, SDZ én de Meteoor dat KMVZ gevraagd had in te vallen bij hun toernooi.

Wijzigingen

 

Promotie naar de 4e klasse KNVB had ngal wat voeten in aarde. Er moesten nieuwe garanties gegeven worden, het inleggeld werd verhoogd en de naam van de vereniging moest veranderd worden. Juist tegen dat laatste had het bestuur overwegende bezwaren. Tenslotte kreeg de vereniging toestemming de letters KMVZ te handhaven, mits er een betekenis aan gegeven werd die iedere band met het bedrijfsleven, in het bijzonder de ‘Koninklijke Zwavelzuurfabrieken v/h Ketjen N.V.’, zou missen. De naam ‘Kampioenschappen Moeten Verdiend Zijn’ is nooit populair geworden, maar de leden en het KNVB-bestuur waren tevreden. Zo werd de band met het bedrijf gespaard en kon de club blijven profiteren van de steun die uit die hoek geboden werd. Om de kosten te dekken werd de contributie verhoogd met één gulden. Nieuw voor de club was de heffing van toegangsgelden en het verspreiden van raambiljetten.

Beginjaren ’50 – contrasten

In 1952 drong KMVZ voor het eerst door tot de (toen) hoogste afdeling van het zaterdagvoetbal: de 3e klasse van de KNVB waar men te maken kreeg met ploegen als IJsselmeervogels, Huizen, Spakenburg en Zuidvogels. Een uitgelezen mix van oud en jong talent en de goed bezochte training zorgden voor dit succes. Maar het krachtsverschil tussen 3e en 4e klasse bleek bijzonder groot, te groot. In ieder geval leverde dit seizoen de nodige ervaring op. Twee jaar later zou KMVZ het nog eens in de 3e klasse proberen, naar spoedig bleek met meer succes.

Training

 

Iedere woensdagavond werd er enthousiast in Nieuwendam (bijvelden DWV aan de Leeuwarderweg) getraind en omdat de verlichting die in ’48 op het fabrieksveld was aangelegd niet ideaal was, stonden er ’s winters zelfs onder de slechtste weersomstandigheden lange veldlopen op het programma. Na de training ging de ene helft met de trainer en de andere helft met de uitgekookte kansenbenutter Nieuwenhuyse mee naar huis om te douchen, waarna bij één van hen de wekelijkse bespreking volgde. Buitenlandse reisjes stonden er niet op het programma, maar veel werd gecompenseerd door een gemoedelijkheid die vooral de uitwedstrijden naar ver afgelegen clubs kenmerkte. Vrouwen, verloofdes, kinderen en supporters vergezelden de spelers op hun uitwedstrijden en steeds werd er op de terugweg gestopt om nederlaag of overwinning op sfeervolle wijze te verwerken.

In contrast daarmee stond de stagnatie bij het jeugdvoetbal. De junioren die we rijk waren werden bij de senioren ondergebracht en toen ons enige aspirantenelftal maar drie keer tot scoren kwam (70 tegen), was het voorlopig gedaan met de jeugd.

Ontheemd

 

Via het Ir. Vliegenbos (fabrieksterrein), de bijvelden van resp. CNF en DWV kwam KMVZ op het sportcomplex in Tuindorp Oostzaan terecht. Maar daar kwam wel de nodige diplomatie aan te pas voor het zo ver was. Die periode in Tuindorp zou tien jaar duren en opnieuw gekenmerkt worden door enkele hoogtepunten..Na het teleurstellende seizoen in de 3e klasse mocht het verder verjongde KMVZ van de schrik bekomen, maar meer dan een tweede plaats zat er niet in.

Diplomatie . . .

Het terrein, ingeklemd tussen fabriek en Vliegenbos, was door de na-oorlogse bedrijfsexpansie gedoemd te verdwijnen. Kort na de oorlog was KMVZ al gedwongen elders bijvelden te huren, eerst bij CNF en na opheffing van die vereniging bij DWV. Toen in Tuindorp Oostzaan een groot sportcomplex aangelegd werd, werd het bestuur actief. Ambtelijke molens maalden langzaam zodat de Meteoor alvast maar bekend maakte dat de accommodatie haar was toegewezen. Dat bracht de bal aan het rollen. Onder gemeentelijke leiding vond het overleg plaats, maar het was de vertegenwoordiger van De Meteoor die de vergadering domineerde. Hij maakte duidelijk dat IJ-boys en Energia eigenlijk niet serieus genomen konden worden, terwijl hij de aanwezigheid van KMVZ helemaal belachelijk vond. De gemeente had vastgesteld dat de hoofdhuurder voor de inrichting en bouw van een clubhuis moest zorgen omdat het complex zonder opstallen opgeleverd zou worden. Dat zou volgens de Meteoor minstens een halve ton kosten, eigen werk niet meegerekend. KMVZ verklaarde daarop zonder blikken of blozen dat het bedrag geen bezwaar kon zijn omdat er nog altijd een groot bedrijf achter ons stond. Over grootspraak gesproken, een gift van ca. 500 gulden zou al moeilijk te realiseren zijn en het batig saldo van de clubkas bedroeg niet meer dan 100 gulden. Achteraf bleek dat De Meteoor er al niet veel beter voor stond, maar de afgevaardigde van de gemeente kon tevreden de vergadering verlaten met de mededeling dat De Meteoor en KMVZ de zaak verder onderling moesten regelen. Gezien de geringe bereidheid zich maandenlang voor een groot karwei in te zetten en op aandringen van het bedrijf werd besloten dat De Meteoor hoofdhuurder werd. De verstandhouding tussen beide verenigingen was niet altijd optimaal. Tekenend voor de expansiedrift van de Meteoor was o.m. dat deze zondagvereniging binnen enkele weken drie zaterdagelftallen uit de grond stampte. De gedachte dat het gehele complex op de zaterdagen ter beschikking zou staan van KMVZ was een ondraaglijke gedachte voor de zwart-wiiten. Alle afspraken werden gelukkig vastgelegd in een contract dat tien jaar lang de garantie vormde voor een redelijke samenwerking.

Het zilveren jubileum

In dezelfde tijd dat de AVB haar 60-jarig bestaan vierde startte KMVZ haar zilveren bestaan met enkele toernooien en na een receptie in de kantine van het laboratorium van ‘het bedrijf werden de festiviteiten afgerond met een feestavond, opnieuw in Krasnapolsky. Natuurlijk kon de club de kosten voor dit prachtige jubileum niet uit de contributie – één gulden per maand – alleen bekostigen. De subsidie die van directiezijde werd toegestaan werd echter onmiddellijk gevolgd door een zekere pressie van de kant van het bedrijf. Maar gelukkig ontkwam KMVZ andermaal aan de gezelligheidstherapie die het bedrijf voor ons in petto had en die een einde gemaakt zou hebben aan ambitieuze sportbeoefening.

Pressie

 

Kort voor het jubileumfeest schreef de heer C.N. Leferink namens de directie van ‘Ketjen’ nog:’U weet dat (men) gevallen is over het feit dat de club zoveel buitenleden heeft. Zou het niet mogelijk zijn als bestuur van uw vereniging te besluiten in de toekomst geen nieuwe buitenleden aan te nemen, met dien verstande, dat kinderen van employ’es van Ketjen niet als buitenleden beschouwd worden beschouwd ? Geleidelijk aan zou u hierdoor verkrijgen, dat deze vereniging weer een vereniging wordt van medewerkers van Ketjen, terwijl u toch de bestaande leden niet voor het hoofd zoudt behoeven te stoten.’ Deze poging tot annexatie via het bestuur en buiten de leden van KMVZ om behoeft geen commentaar. Het typeert het tweeledig karakter van KMVZ in die dagen. Om de goodwill van het bedrijf niet te verspelen en de verhouding van enkele bestuurders tegenover hun werkgever niet in gevaar te brengen hield de club het percentage buitenleden voorzichtig in de gaten. Even voorzichtig is de reactie van de zijde van de directie: ‘Gelukkig blijkt de laatste tijd duidelijk, dat ‘Ketjen’ en KMVZ veel meer met elkaar te maken hebben dan de namen van het 1e elftal zouden doen vermoeden.’ Maar aan het einde van het seizoen, voorjaar ’55, legden de voorzitters van de club en de secretaris van de Jubileumcommissie – tevens lid van de ‘Commissie van Samenwerkende Verenigingen’, hun functies neer. Eén van de geschilpunten was of het batig saldo van de Jubileumcommissie wel thuis hoorde in de clubkas. De heer Barendse concludeerde na tien jaar voorzitterschap dat ‘voorkomen moest worden dat een vrijetijdsbesteding privé-belangen óf maatschappelijke carrière in de weg staat.’

En inderdaad, men zou vergeten dat er ook nog gevoetbald werd . . . en hoe . . . Gesterkt door de goede finish van het vorige seizoen werd KMVZ opnieuw kampioen en heroverde, na drie beslissingsduels met IJmuiden, de enig beschikbare plaats in de 3e klasse.

Tien seizoenen

Tien jaar achtereen zou KMVZ meedraaien in de hoogste klasse van haar district, met uitzondering van het seizoen 1960 / ’61, toen het in de nieuw gevormde 2e klasse verbleef. Lange tijd was de vorming van die klasse uitgesteld omdat de hoge (reis)kosten voor veel clubs onoverkomelijk zouden zijn en omdat de reisafstanden te groot waren: men werkte nog op de zaterdagochtend. Hoewel het ledental van KMVZ moeizaam steeg tot 92, timmerde het 1e elftal aan de weg. Omdat KMVZ zelf over te weinig oefenmogelijkheden beschikte greep het iedere uitnodiging voor het spelen van oefenwedstrijden aan.

Oefenwedstrijden

Het Amsterdamse Zaterdagelftal kwam met een 4-3 overwinning op ons eerste nog aardig weg. Verschillende spelers zouden overigens deel gaan uit maken van de Amsterdamse selectie, al moet gezegd worden dat de keuze soms plaats vond op grond van verouderde gegevens of gebaseerd was op aanbevelingen van clubbestuurders. Zo was KMVZ ruim vertegenwoordigd toen het Amsterdamse Zaterdagelftal zich de sterkere toonde van Den Haag, Haarlem en Noord-Holland. Ook tegen zondagclubs werd geoefend. Nadat KMVZ wat onwennig gereageerd had op haar eerste lichtwedstrijd tegen JOS (1e klasse KNVB) versloeg het ditzelfde elftal met 1 – 4 tot verbazing van het handjevol supporters dat naar de Watergraafsmeer gekomen was. Misschien dat het volledig opgekomen elftal van JOS van slag was geraakt omdat hun trainer zojuist een contract bij Ajax getekend had, maar zeker was wel dat de invoering van verlichting op het trainingsveld in Tuindorp Oostzaan ook een rol had gespeeld. Een nieuwe uitnodiging werd niet meer ontvangen.

Er zijn seizoenen dat men zich geen onnodig puntverlies kan permitteren. Dat was het geval in ’58. , toen KMVZ zelfs gebruik moest maken van de gelegenheid te protesteren tegen een ‘scheidsrechterlijke dwaling’ . Maar de jaren daarna ging het stukken beter en werd er voor de eerste keer een kampioenschap behaald op het hoogste niveau van het zaterdagvoetbal. Promotie was er niet bij, omdat er in de westelijke districten van de KNVB nog geen 2e klasse geformeerd was. Daardoor was ook deelname aan de strijd om de landstitel voor zaterdagteams uitgesloten. Wel bleef KMVZ leverancier van het Amsterdamse zaterdagelftal.

Scheidsrechterlijke dwaling

Inderdaad, soms waren de puntjes hard nodig. Januari ’58 protesteerde KMVZ tegen het doelpunt dat OSO, het elftal van de Hilversumse Omroepstichting, negentien seconden (!) na het verstrijken van de officiële speeltijd scoorde. De scheidsrechter werd daarop attent gemaakt door beide grensrechters onder wie Peters van KMVZ die over een stopwatch beschikte. De scheidsrechter floot wel af, maar verzuimde het doelpunt te annuleren. De protestcommissie te Utrecht stelde KMVZ in het gelijk. Een paar maanden eerder ontsnapte KMVZ 3 aan een arbitragezaak. De Volkskrant van 21 oktober meldde: ‘Vroeger, toen we nog met een klein balletje in de straat voetbalden, deden we altijd ‘drie maal corner pinanti’, maar dat dit in een competitiewedstrijd zou gebeuren (-) . . . En toch is het heus gebeurd. AP 3 speelde tegen KMVZ 3 op het terrein van de Meteoor. Bij een aanval van KMVZ ging de bal drie maal achter elkaar cormner. Toen nam de scheidsrechter plotseling elf stappen en legde hij de bal neer op de witte stip. ‘Wat is er gebeurd’, vroeg de aanvoerder van AP verschrikt. ‘Wat er gebeurd is’, herhaalde de arbiter, ‘de bal is toch drie keer corner geweest, nou dat is strafschop’. En de goede man meende het in alle ernst. (-) AP won de wedstrijd en daarom moest een protest achterwege blijven. Jammer, anders had de protestcommissie ook nog eens kunnen lachen’

1959 – ’60

Najaar ’59 werden de Statuten van de vereniging bij K.B. goedgekeurd en gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant. Weliswaar had de vereniging veel van haar ambities gerealiseerd, maar de druk die sinds jaar en dag door vertegenwoordigers van het bedrijf werd uitgeoefend bleef bestaan. Onze secretaris, de heer Van Amelrooy, tevens werknemer van het bedrijf, zwichtte niet en wenste de zogenaamde ‘buitenleden’ te zien als volwaardige KMVZ’ers, niet als profiteurs van de overigens bescheiden steun die de club van het bedrijf ondervond. Intussen wilde het bedrijf haar 125-jarig bestaan vieren met een bedrijfstoernooi. Weliswaar probeerde men het toernooi buiten KMVZ om regelen, maar werknemer P. Schouten, lid van de Commissie van Goede Diensten van KMVZ, wees de directie door naar het clubbestuur. Dat organiseerde met volle medewerking van de Meteoor het (vierde) bedrijventoernooi, een geslaagd evenement dat door KMVZ werd gewonnen doordat het in de finale Nautilus (Shell) versloeg. Niemand vermoedde echter dat het bestaan van 2e klasser KMVZ aan een zijden draadje hing.

Impasse

 

Mei 1960 barstte de bom, die, al verspreidde ze meer rook dan venijn, de vereniging te gronde had kunnen richten. Op een Algemene Ledenvergadering traden zes van de negen bestuursleden traden af, waardoor KMVZ praktisch stuurloos werd. Wat was de directe oorzaak daarvan. Tijdens genoemde vergadering werd één van de leden ter verantwoording geroepen voor de uitspraak dat KMVZ wel spoedig een bedrijfsvereniging zou worden. Uiteraard met alle gevolgen voor het tot nog toe gevoerde beleid. Het bestuur eiste royement van betrokken lid en zei te zullen aftreden als de vergadering daarin niet mee zou gaan. Die actie was voor de ‘buitenleden’ minder begrijpelijk dan voor de meeste bestuurders die gedurende een reeks van jaren geconfronteerd werden met de opvattingen van de directie . De informatie op dat punt was ook niet optimaal geweest vanwege het precaire karakter van die historisch gegroeide relatie. Gesprekken en geruchten binnen het bedrijf gingen vrijwel buiten de niet aan het bedrijf verbonden leden om. Kortom, de stemming verliep zo dat zes van de negen bestuurders opstapten en er een bestuursvacuüm ontstond waar een inderhaast gevormde commissie met o.a. Van Beem (sinds kort employé van het bedrijf) en Visser (namens 1e elftal en buitenleden) weinig aan kon veranderen. Een vervolgvergadering onder leiding van de heer Van Nieuwkerk van de KNVB resulteerde in de vorming van een nieuw bestuur onder voorzitterschap van de heer Van Beem, die jarenlang de club zou leiden. KMVZ bleef bestaan, maar moest enige tijd de ervaring van zeer verdienstelijke bestuurders missen. Enkele maanden later zou het 1e elftal moeten aantreden in de 2e klasse van de KNVB. Het zou een zeer zwaar seizoen worden.

De directie

De bedrijfsleiding die eigenlijk alleen maar wilde dat via de sport de werksfeer in het bedrijf bevorderd zou worden, had er beter aan gedaan zich ook te verdiepen in de verhouding tussen KMVZ en de KNVB. Sinds de promotie naar de KNVB diende immers elke officiële band tussen voetbal en bedrijf vermeden te worden Dat de directie zich primair richtte tot de organisatoren van het zogenaamde ‘wilde voetbal’ en niet tot het bestuur van KMVZ, wees al op een beperkt inzicht in de situatie. Aan de andere kant bracht de band met het bedrijf ook bepaalde faciliteiten met zich mee die het bestuur niet wenste op te geven. Het was deze tweezijdigheid die enerzijds de grondslag had gevormd voor de successen, maar die anderzijds de kiemen van een conflict in zich droeg. De geruchten dat er een oppositiegroep binnen de vereniging was ontstaan die, gesteund door het bedrijf, een greep naar de macht zou doen, waren vermoedelijk ongegrond. Wel klonk hier en daar kritiek op de grote aandacht die het standaardteam kreeg en droomden sommigen over de financiële steun die van het bedrijf zou verkregen kunnen worden ter verhoging van de gezelligheidsfactor.

De jaren na 1960

De bestuurswisseling verliep in harmonie terwijl de heren J.C. van Amelrooy, Groen sr. en Kesting sr het erelidmaatschap kregen aangeboden voor hun verdiensten. Eerstgenoemde, die de vereniging ruim 20 jaar als secretaris had gediend zou de vereniging, op verzoek van het bestuur, nog jarenlang van advies dienen en ontving later het ere-voorzitterschap. Ook het nieuwe bestuur moest zijn houding bepalen ten opzichte van ‘het bedrijf’, maar problemen zouden zich in dat vlak niet meer voordoen. De jaren ’60 zouden een flinke groei in de breedte te zien geven, met name door de groei van de jeugdafdeling. Het verblijf van het 1e elftal in de 2e klasse werd op spectaculaire wijze afgesloten toen degradatie al een feit was. In ’65 belandde het zelfs naar de 4e klas en zou nadien een pendeldienst onderhouden tussen 3e en 4e klasse.

Degradatie

Aan het einde van een seizoen met veel blessures moest KMVZ het tegen kampioenskandidaat Spakenburg opnemen. Andere kandidaten voor het kampioenschap waren plaatsgenoot IJsselmeervogels en het verderop gelegen Huizen. Het werd een heroïsche strijd, waarin de degradant KMVZ het tegen een grof spelend Spakenburg en de halve plaatselijke bevolking moest opnemen. De andere helft – het handjevol KMVZ-supporters niet meegerekend – bestond natuurlijk uit de aanhang van de concurrenten die hun feestartikelen maar thuis had gelaten omdat het waarschijnlijk een eenzijdige pot zou worden. Later zouden ze dan wel uitmaken wie er kampioen zou worden. Het werd inderdaad een eenzijdige pot, maar na het eerste Spakenburgdoelpunt weigerde de KMVZ-defensie verder mee te werken, al verspeelden we onze keeper. Sterker nog, op aangeven van Koekoek scoorde onze Antilliaanse spits op fraaie wijze, maar het doelpunt werd onder druk van de publieke opinie afgekeurd. Intussen had ook onze reservekeeper geblesseerd het veld moeten ruimen en moest onze centrale verdediger, C. Burger, die tot op dat moment weergaloos had staan spelen, diens plaats overnemen. Drie minuten voor tijd wist een Spakenburger een kopbal van W. Kesting met de hand uit het doel te slaan. De scheidsrechter, die, gezien de belangen die er op het spel stonden, toch beter had moeten weten kende de strafschop toe. Onze eerder genoemde spits, nog een bezienswaardigheid in die dagen, kon zijn gram halen voor de opmerkingen die hem bij de thuiswedstrijd naar het hoofd waren geslingerd. Een angstige stilte breidde zich uit tot in de achtertuintjes van de huizen die het veld omzoomden. De laatste minuten verliepen onder hoogspanning, maar onze derde keeper, in de ogen van het publiek plotseling uitgegroeid tot één van de boosdoeners, hield zijn doel schoon. De andere boosdoeners, de scheidsrechter en onze ex-international van de Antillen, wisten na het laatste fluitsignaal tijdig het clubhuis te bereiken, maar onze keeper die het verst van die veilige haven verwijderd was, kwam niet ongeschonden aan omdat één van de supporters van Spakenburg de uitslag met behulp van een waterpomptang alsnog een dragelijker aanzien had willen geven. Scheidsrechter Buurman werd in bescherming genomen door het bestuur van Spakenburg dat een vluchtroute voor hem uitstippelde via de tuintjes van de belendende percelen. Pas toen het wat rustiger was geworden rond het sportterrein en na een korte stop bij het ‘onderduikadres’ kon de terugreis aanvaard worden. Die dag werd de aanschaf van het traditionele pondje paling – mede op verzoek van de scheidsrechter die zich pas in de bus had kunnen omkleden – achterwege gelaten. Huizen werd kampioen en mocht meedingen naar de landstitel.

Het nieuwe bestuur – jaren zestig

Onder voorzitter Van Beem had het nieuwe bestuur een formule gevonden om sportieve ambities samen te laten gaan met ontspanning in ruimere zin. Door de goede sfeer werd de eerste stap in die richting al meteen een groot succes. Tijdens een internationaal toernooi in Sprentlingen veroverde een KMVZ-combinatie de ereprijs voor sportiviteit en kwam het team zelfs een maal tot scoren. Dergelijke uitstapjes zouden de aard van onze vereniging buiten het reguliere seizoen om mede gaan bepalen. Door zijn overredingskracht wist de voorzitter menig bekwaam bestuurder voor onze vereniging te winnen. Het ledental steeg intussen naar 175 en gezegd moet worden dat het functioneren van de jeugdcommissie daar niet vreemd aan was. De schaalvergroting stelde echter nieuwe eisen aan het door vrijwilligers geleide verenigingsleven. Het financiële beleid dreigde ondoorzichtig te worden en een conflict tussen de Technische Commissie en het bestuur over de opstelling van de elftallen maakte duidelijk dat de afbakening van de verantwoordelijkheden onvoldoende plaats had gevonden. Langzaam hervond de club haar evenwicht. De invoering van het wekelijks verschijnende clubblad voorkwam de nodige misverstanden en de boeken werden door de Bond goedgekeurd. Het bestuur was ook vertegenwoordigd in de ‘Commissie Elzenhagen’ omdat onze vereniging te groot was geworden om voldaan te kunnen zijn over de faciliteiten op het Sportpark De Meteoor. In die Commissie waren ook DWV en Rood Wit vertegenwoordigd. De KZF (‘Ketjen’) had steun toegezegd bij het betrekken van een nieuwe accommodatie op voorwaarde dat het aantal bedrijfsleden niet te gering zou worden. In ’64 werden de boeken van de penningmeester na verdienstelijk lapwerk van de kascontrolecommissie opnieuw goedgekeurd door de Bond. Maar in oktober ’65 toen KMVZ haar penningmeester allang had ontslagen, kwam men op zijn bevindingen terug. Rijkelijk laat verzocht de KNVB om financiële opheldering over de jaren ’62 t/m 64, schorste de voorzitter voor zes maanden, maar herriep die sanctie nadat protest aangetekend was. Van de ‘berisping’ die bleef staan heeft geen enkele KMVZ’er wakker gelegen.

Bestedingsbeperking en degradatie

In de ‘Commissie Elzenhage’ voerden Van Beem, Van Amelrooy en Van Dijk besprekingen met DWV en enkele bondsbestuurders nadat Rood Wit zich had teruggetrokken omdat zij enkele aanvullende velden op sportpark ‘De Weeren’ kreeg toegewezen. Het beheer van de penningen baarde het bestuur zorgen. De opgelopen schulden moesten vereffend worden en met het oog op de verhuizing naar Elzenhage moesten reserves gevormd worden. KMVZ zou 1/3e van de terreinhuur voor haar rekening moeten nemen. Fortuinlijk mocht de vereniging zich noemen met de materiele steun die ondervonden werd van AKZO Chemie, Nederland BV, locatie Amsterdam-Noord, plaatselijk bekender onder de naam ‘Ketjen’. De organisatie van de voetbaltoto werd uiteraard serieus ter hand genomen. Onder leiding van A.F. de Ruiter en C. Timmer (sr) werd in ’67 12 ton oud papier ingezameld, hetgeen niet alleen de clubkas, maar ook de jeugd ten goede kwam. Dat in datzelfde jaar de terreinhuur met 20% verhoogd werd, was het zoveelste probleem dat het hoofd geboden moest worden. Gunstige bijkomstigheid was dat het ledental tot 266 steeg en de verhoging van de contributie tot fl. 2,50 per maand wat meer soelaas bood. Groei van de jeugdafdeling en het gereedkomen van het DWV-clubhuis hadden dar alles mee te maken.

In hoeverre geschetste problemen invloed hadden op de prestaties van het 1e team valt moeilijk te zeggen. Het degradatiespook (1965) werd bestreden door verjonging, maar de overgebleven routiniers konden het gebrek aan ervaring niet compenseren. Aan trainer Bos kan dat niet gelegen hebben. Tijdens een van de competitiewedstrijden ontdekte de scheidsrechter dat het KMVZ-team in feite geen elftal was: een 12e man moest door de aanvoerder het veld uitgestuurd worden. Een genoeglijke reis naar Denemarken, waar alle voetbalontmoetingen verloren werden, vormde een passende afsluiting van een teleurstellend seizoen. Drie jaar later zou KMVZ onder Van Oostvoorn haar plaats in de 3e klasse heroveren. In de beslissende wedstrijd tegen Kinheim werd met 4 – 1 gewonnen. Drie doelpunten van T. Hartkamp die daarmee de helft van de totale productie op zijn naam bracht deden de voorzitter e.a. naar de champagne grijpen. Na lange tijd werd er weer een KMVZ’er voor het Amsterdamse Zaterdagelftal gekozen (K. Coster).

KMVZ 40 jaar

Al in ’68 had het bestuur er bij de KNVB op aangedrongen KMVZ als hoofdhuurder van de drie tegenover het DWV-complex gelegen velden aan te wijzen. De vereniging was intussen met 20 elftallen uitgegroeid tot de grootste zaterdagvereniging van Amsterdam. Daadkracht en optimisme leidden ertoe dat er een ‘Financiele Bouwkommissie’ opgericht werd met als voornaamste doel het verwerven van fondsen voor een eigen clubhuis. Naast het voetbal bepaalden tal van activiteiten de sfeer bij KMVZ: klaverjastoernooien, dansavonden, er was al een biljartclub en een Reiscommissie die internationale contacten allerminst schuwde. Bovendien eiste het naderende 40-jarig jubileum de nodige aandacht. De festiviteiten die werden afgesloten met – traditiegetrouw – een daverend feest in de grote zaal van Krasnapolsky vormden het luisterrijk hoogtepunt bij de afsluiting van de jaren zestig.

Het 40-jarig jubileum

Tal van activiteiten werden opgezet door de leden van de jubileumcommissie. Dat zij zich met succes van die taak kweet bleek niet alleen uit de geslaagde reünie van oud-leden, de jubileumshow in de kantine van DWV (met als hoogtepunt het optreden van Therèse Steinmetz), de receptie in de ontvangstzaal van hotel Krasnapolsky en de daarop aansluitende feestavond in de grote zaal, maar ook uit het batig saldo dat de feestcommissie kon overdragen aan de bouwcommissie. Bij de opening van de feestavond werd KMVZ-pionier Van Amelrooy benoemd tot ere-voorzitter. Vertegenwoordigers van de gemeente Amsterdam, de KNVB en de AVB, de vereniging van zaterdagclubs (VZC) en vele vertegenwoordigers van bekende zaterdag- en zondagverenigingen gaven acte de présence. Een keur van artiesten sierde het programma (o.a. Marco Bakker, Ben Cramer, Imca Marina en André van Duin), maar ook de directie van AKZO-Chemie liet zich – in meer dan één opzicht – niet onbetuigd.

De jaren 70 – op eigen benen

Toen al in januari 1970 de beslissing viel dat KMVZ hoofdhuurder zou worden van het tweede voetbalcomplex op Elzenhage, werden de inspanningen zodanig verdubbeld dat de benodigde gelden al in april aan de KNVB konden worden overgemaakt. Dat menig KMVZ’er in termen van geld dacht, het bestuur voorop, mocht nauwelijks verbazing wekken. Dat de contributie voor senioren opliep naar fl. 4,25 per maand was geen punt voor de Alg. Ledenvergadering. Augustus ’71 werd de eerste paal geslagen en nauwelijks een jaar later verwijderde ‘Ketjen’-directeur M.E. Hartman onder toeziend oog van talrijke officials de vlag waaronder de letters KMVZ schuil gingen.

De eerste paal

Het werd de eerste van 59 palen. Daar bleef het niet bij. Terwijl penningmeester Verdonk de penningen beheerde, zorgde een bouwcommissie voor de nodige ‘bouwstenen’ en verzamelde de oud-papieractie voor ettelijke tonnen materiaal die met medewerking van Ketjen opgeslagen konden worden. Dankzij het ‘Tijd-en relatieschema’ verliepen de ‘eigen werkzaamheden’ zeer efficiënt zodat eind augustus ’72 Ketjen-directeur Hartman onder toezicht van talrijke officials uit zondag- en zaterdagvoetbal de vlag verwijderde waaronder de vier letters van de vereniging schuil gingen. In zijn toespraak benadrukte hij dat KMVZ een zelfstandige vereniging was die niet meer onder Ketjen-vlag voer.

Doordat KMVZ over een eigen complex beschikte namen de mogelijkheden enorm toe: de organisatie van toernooien, de biljartcompetitie, de oprichting van een Damesvoetbal- en Zaalvoetbalafdeling, klaverjastoernooien, film-, instructie- en feestavonden voor de jeugd en de nieuwjaarsreceptie met de traditionele nieuwjaarswedstrijd. KMVZ was van een clubje met een balans van enkele duizenden guldens uitgegroeid tot een vereniging met een begroting van tonnen, clubhuiszaken meegerekend. Bovendien vroeg het kantinebeheer om een nauwgezette aanpak. Al met al werd duidelijk dat een op de verenigingspraktijk gerichte structuur in een nieuw reglement vastgelegd zou moeten worden. Misverstanden over de verdeling van de diverse verantwoordelijkheden leidde soms tot verlies van waardevolle kaderleden. Op sommige KMVZ’ers werd roofbouw gepleegd wat bij een heldere verdeling van de taken vermeden had kunnen worden. Voorjaar ’74 kon het ‘Ontwerp Reglementen en Statuten’ worden aangeboden waarin de taken van de ‘Afdelingen’, die zich rechtstreeks met voetbalzaken bezig hielden en de ‘Commissies’ nauwkeurig werden afgebakend.

Statuten en Reglementen

In het nieuwe reglement werden de diverse verantwoordelijkheden vastgelegd zodat misverstanden vermeden zouden kunnen worden. Op sommige KMVZ’ers werd roofbouw gepleegd. Meermalen was onduidelijkheid daarover er de oorzaak van dat KMVZ haar meest waardevolle kaderleden verloor. In ’74 besloot de ledenvergadering het ‘Ontwerp Reglement’ van de werkgroep (E. Verdonk, H. Hartkamp, W.C. Kesting en N. Visser) als richtsnoer te laten dienen voor het komende beleid. In dat reglement werd ook rekening gehouden met andere sportafdelingen binnen de structuur van een groter geheel. In ’74 werd goedkeuring gehecht aan de oprichting van een afdeling Damesvoetbal. Met twee teams werd aan de competitie deel genomen. Het eerste team werd zelfs de hoofdklasse, maar een lang leven zou deze afdeling niet beschoren zijn.

De sub-besturen van die geledingen legden uiteraard verantwoording af aan het hoofdbestuur, terwijl een vertegenwoordiger van de Pers- en propagandacommissie gerechtigd was vergaderingen van het hoofdbestuur bij te wonen om de communicatie tussen bestuur en leden te bevorderen. Eén van de commissies kreeg helaas al spoedig te maken met het verschijnsel ‘clubvandalisme’.

Jeugdvoetbal

De goede organisatie van het jeugdvoetbal onder voorzitterschap van de heer C. Timmer leidde er toe dat de A-junioren (o.l.v. M. Prins) enkele jaren in de interregionale competitie speelden tegen teams als DCG en AFC, maar spoedig bleek dat dit wel erg hoog gegrepen was. Wel kaapten zij op het VZC-toernooi de beker weg voor de neuzen van 15 gerenommeerde teams. Ook bij de overige junioren en in pupillenafdelingen werden diverse kampioenschappen behaald. Door het regelmatig kampioen worden van de A-junioren begon men zich af te vragen waarom die kwaliteit niet doorwerkte in het 1e elftal. Hoe dan ook, de enorme dadendrang van de jeugdcommissie vormde de basis voor alle successen. Intussen stelden de veldbezetting op zaterdagen en de (internationale) toernooien het kader en kantineploeg op de proef.

De zaalvoetbalafdeling zou het in eerste instantie niet lang volhouden al kwam het 1e zaalvoetbalteam in de hoofdklasse uit. In ’75 zou KMVZ opnieuw deelnemen daartoe geïnspireerd door A. Vos. Hij deed van zich spreken als topscoorder in genoemde afdeling, als 1e elftalspeler, 2e penningmeester van KMVZ, hulptrainer (de rest laten we maar zitten) en reisleider. In ’75 werd een reis naare Parijs in het vooruitzicht gesteld. Het 1e elftal, dat ondanks de invoering van rugnummers in ’71 was gedegradeerd, wist in ’75 weer een plaats in de 3e klasse voor zich op te eisen.

Opnieuw 3e klasser

Het goede seniorenbeleid, de aanstelling van een vaste verzorger, elftalbegeleider en grensrechter bij het eerste elftal droegen bij tot het succes. De volgende spelers maakten deel uit van het team: L. Bezuyen, sterk in de combinatie, R. van de Boogaard, de Neeskens van KMVZ, technicus J. Dietz, de sluwe C. Johansen, luchtacrobaat J. Tool, tacticus J. Visser, kanthalf H. Pot, de felle R. Visser, A. Vos, regelmatig geblesseerd wegens het gelijktijdig uitvoeren van verschillende schijnbewegingen, de tomeloze T. Bosschieter, routinier J. Boersma, keeper G. Verbree, H. van Egmond en aanvoerder R. Salentijn. Trainer was W. Verburg. Met het oog op de toekomst van deze spelers werd alvast een ‘veteranenafdeling’ opgericht.

In de periode die op dit kampioenschap volgde werden verschillende selectiespelers door andere clubs benaderd om tegen bepaalde ‘onkostenvergoedingen’ bij hen te komen spelen. Het bestuur reageerde op de praktijken van deze ‘verborgen verleiders’ door te stellen dat KMVZ de spelers van het A-team voldoende ‘service’ zou moeten bieden.

Service

De KNVB, verantwoordelijk voor de handhaving van de amateurstatus, reageerde prompt met de vraag ‘wat daar dan wel onder verstaan werd. Het bestuur antwoordde dat – hoewel de benaderde spelers weigerden – ze toch vasthielden aan hun voornemen. De service zou dan uitsluitend bestaan uit het in bruikleen geven van trainingspakken, het plaatsen van dug-outs, het uitbreiden van de elftalbegeleiding, het verstrekken van consumptiebonnen en dergelijke. De Bond had haar best gedaan en vroeg niet verder.

Het elftal handhaafde zich in de 3e klasse, maar een promotie naar de 2e klasse zat er voorlopig niet in. Anders lag dat voor het 2e elftal dat naar de reserve 2e klasse van de KNVB promoveerde, terwijl het 3e naar de reserve 3e klasse van de KNVB promoveerde. Een ander probleem betrof de doorstroming van jong talent.

Promotie ?

Toen er problemen rezen tussen het hoofdbestuur en de juniorenafdeling nam de wedstrijdsecretaris van de senioren, J. van Achthoven, ook de leiding van deze afdeling op zich, een opmerkelijke rolverdeling voor een vereniging met ruim 450 leden. Deze secretaris, fervent supporter van het 1e team, ergerde zich aan herhaalde verwijzingen naar ‘die goeie ouwe tijd’, toen er nauwelijks van een jeugdafdeling sprake was en een uiterst smalle selectie de 2e klasse van de KNVB wist te bereiken. Hij uitte zijn ongenoegen op de volgende wijze: ‘Vroeger speelden we 2e klasse, maar toen speelde men nog boerenkoolvoetbal. Nu probeert men bij KMVZ voetbal te spelen zoals het hoort !’ Het duurde niet lang of hij mocht zich de gelukkige bezitter weten van een pak boerenkool. Of de worst die Van Achthoven daarop via het clubblad bestelde ook daadwerkelijk aangekomen is, is niet bekend. Intussen zakte het standaardteam naar de 3e plaats onderaan de ranglijst. Ongeacht hun voorkeur voor groenten of vleeswaren werden de trouwe supporters van KMVZ verrast met een zittribune in de luwte van het clubhuis.

KMVZ – 50 jaar

Voorafgaande aan het jubileumjaar kwam toch nog even het ‘genoeglijkheidsspook’ om de hoek kijken. De zgn. ‘vaste teams’ bestaande uit de wat oudere recreatievoetballers zouden de doorstroming van jonge, ambitieuze spelers hinderen. Het bestuur van de ‘seniorenafdeling’ had geen bezwaar tegen de beschermde status van deze vriendenteams, maar het hoofdbestuur dacht daar anders over en lokte over de kwestie een uitspraak uit van de ledenvergadering. De oplossing kwam in de vorm van een compromis: het 5e team zou bestaan uit een vaste kern van 8 spelers,. aangevuld door zes jeugdige spelers, waarmee het doorgeven van de nodige ervaring gewaarborgd bleef.

Het jubileum werd groots opgezet: rondvaart, cabaret, bezoek aan ijshockeywedstrijd, maaltijden en toneel voor de jeugd. Tijdens de reünie en receptie in het clubhuis op Elzenhagen, waar tal van oud-leden en officials vertegenwoordigd waren, werd het jubileumboek (‘Kroniek van een zaterdagvereniging’) uitgereikt. Op de receptie en feestavond in het Zonnehuis werden onder toeziend oog van de vertegenwoordigers van Bonden en gemeente de clubonderscheidingen uitgereikt, met uiteraard bal toe.